Theaterliefde

Ik ontmoette haar tijdens de theatercursus. De eerste les moesten we met koppeltjes van twee improviseren, ik schold haar meteen uit voor ‘trut’ en ‘hoer’, waarbij de rest van de cursisten luid applaudisseerden. Het was fictie.

Het even uitschreeuwen voelde geweldig. De vonken spatten uit mijn ogen, ik zat helemaal in mijn rol. Ze was onder de indruk. De volgende les zag ik haar weer, vlak voor de repetitiezaal. Ik wist haar naam niet meer. Dat gebeurt wel meer. Ze lokte me meteen met haar ogen en vroeg mijn lippen wat ik studeerde. Ik begon, geheel onder hypnose: ‘Ik haat boxershorts, ‘ en trok wat aan mijn broek. Ze keek naar mijn jeans ‘Ik hou van boxershorts, lekker sexy, ‘ waarbij ik verlegen stotterde: ‘Ik hou van boxershorts, om er mee eh te slapen, overdag liever niet, want dat …  irriteert mijn eh.‘

Haar vriendin kwam juist aan en een prachtig staaltje van communicatie werd de mond gesnoerd. Ik ging dan maar verder om al de teksten te lezen, want daar was ik toch zo goed in. Teksten lezen, ja dat moesten we vaak doen, dan zaten we rond de tafel en kozen wat we interessant vonden. Die dag zat zij naast me, ik las voor uit Heiner Müller:

‘O, Edele maagd, lieftallig kind, verrukkelijke nicht, uw onschuld doet me van geslacht veranderen.‘
Zij legde haar hand op mijn been.
‘Het noodlot tussen mijn benen doet me zo’n verandering wensen.‘*

Zij, mijn net ontdekte theaterliefde, wreef over mijn jeans als ware het zacht fluweel. Wat klein was werd groots. Ik las de tekst nog intenser voor. Tegelijk wist ik niet waar met mijn gedachten te blijven, laat staan met de rest dat zich fysiek opdrong. Ik begon te haperen. Haar hand verdween, weg van de plaats des onheils. Ik verloor mijn ogen tussen de lettertjes. Dyslectisch verdween alles in lettertjes die van de ene plek naar de andere sprongen en maakten het lezen onmogelijk. Stilte.

Zij keek haar vriendin aan met een blik alsof ze net mijn maagdenvlies had gestolen. Ik zag rood. De rest keek me verbaast en een beetje meelijwekkend aan, iemand verloste me en las verder.Mijn hoofd sloeg op hol, probeerde alles netjes te ordenen, maar dit was iets wat ik nu niet kon. Was dit een hint of één of ander luguber spel waarvan ik de geheimen nog niet kende. Ik voelde maar even die hand, een aanraking en ik werd al beroofd van mijn verstand. 7

Na de teksten gingen we repeteren. Als één grote blije groep die in de teksten hun ziel ontberen en ik, die er zich angstvallig achter verschool. Enkele zwoele blikken bereikten me nog. Op het einde van de avond beefde ik zo hard dat ik moeite had met het openen van mijn fietsslot.

De week daarna verdween ze al uit mijn leven, ze had het te druk met haar studies liet ze ons weten. Zo kwam het dat ik een stukje theaterliefde verloor.

Ik kende haar niet, ik durfde ook niet vragen wie zij was en waar zij woonde. Ik besloot om vanaf nu iedere aanraking ten volle uit te buiten, erop in te gaan, niet los te laten en te ontvangen zodat zich de hemelpoorten voor mij niet meer zouden sluiten.

* (uit ‘Kwartet’ van Heiner Müller.)

Plaats een reactie

Blog op WordPress.com.

Omhoog ↑