Symbiose.
Ik voel me leeg in een absurde wereld die me niet bevredigen kan. Dan verplaats ik me naar andere dimensies. Dat lukt al wanneer ik me concentreer op de aanraking tussen mijn lichaam en de materie rond me en is het alsof ik een deel ervan word en het met me versmelt. Een symbiose tussen het ding voor me en mij. Als papier voel ik me zacht, als metaal voel ik me hard, als een stuk zeep voel ik me wak.
Maar ik wil de passie voelen, de passie aanraken zo het mag. Zonder mezelf blind te staren. Telkens ik een schone deerne zie, moet ik moeite doen om niet te versnellen. Ik wil alles uiten dan, zeggen wat ik denk en voel. Een totale overgave. Zodat zij mij ziet. En me toch met rust laat.
Als ik dan iemand vind, zal ik haar binnen leiden in mijn dimensies. Ik zal haar zachtjes aanraken, elke cel die haar huid bekleed zal ik opwarmen en van iedere aanraking intens genieten, terwijl zij haar haren in mijn nek legt en haar lippen in mijn oren, zodat ik de muziek van haar adem hoor tot ik moe word van geluk en sterven mag.
Zo zal het gaan, denk ik dan. Terwijl ik me naar buiten haast.
Aanraken
‘Dag jongedame, euh juffrouw, hoi hoe is ’t mevrouw, nee, goeiendag edele dame, uhm Fuck’
Ik wandel en mijmer over wat ik zal zeggen als ik haar zie.
De mist cirkelt rond me en stijgt snel op wanneer ik haar warme kamer bereik. Ze opent, vriendelijke woorden verwelkomen me. Ik zet me en zeg niets. Ze vraagt me wat. Ik blijf zwijgen. Het is eventjes stil. Plots beginnen mijn lippen te trillen en de gedachten volgen hun vormen.
‘Mag ik je aanraken?‘
De verbaasde blik van haar verdwijnt gelukkig snel en smelt tot een oase van sereniteit en stil genot.
‘Ja‘
Ik raak haar huid aan. Het is alsof ik haar hele wezen zie en voel. Het voelt koud aan met een warm dekentje eromheen.
‘Mag ik je hart voelen?’
Ik raak het aan en knijp erin. Ik voel het kloppen.
‘Is dat nu het kloppen van een hart? Hebben wij dat allemaal?’ vraag ik haar argwanend, want ik had al lang geen hart meer voelen kloppen. ‘Een laatste wens, laat me stilletjes sterven in jouw armen?‘
Ze glimlacht lief en neemt me in haar armen, terwijl ze met haar warme adem mijn bleke gelaat leven inblaast en ze het bloed kust dat uit mijn ogen gutst. Eindelijk.
Een beklemmende gedachte overvalt me. Misschien is zij de dood.
Iemand loopt tegen me aan. Ik haast me uit de fruitafdeling van de winkel. Het wordt me teveel. Neen, zo niet, nu nog niet.
Plaats een reactie