Home

“In order to write about life first you must live it.” – Ernest Hemingway

  • Echte dromers

    De maatschappij heeft geen nood meer aan dromers. Genialiteit noch creativiteit wordt toegestaan, kijk maar naar huidige (wereld)leiders. En als het zich ook maar ergens toont, straft men het af. Binnenkort is het niet meer nodig en worden zij vervangen door namaak creativiteit.

    De zogezegde dromers van nu, zijn zij die influencen, die je opdringen hoe je over wat moet dromen, en leven. Dat soort opgelegde onzin is wel hip. Dat is niet meer dromen. Dat is niet meer inspireren. Dat is zelfverheerlijking.

    Deze wereld lijkt te teren op vastgegroeide mensen, gepoot in de aarde zonder voeling met de wortels en tuk op aandacht en massa vergaren. Dingen die je in je reis tot bewustwording niet mee kan nemen. Het zijn zaken die je het gevoel geven iets waard te zijn, maar niets meer betekenen dan een kanttekening in een lange rij van zuchten.

    Zijn de dromers dan werkelijk verloren of waren ze bij voorbaat al verloren zielen? Zijn ze werkelijk nutteloos geworden in deze wereld, of hebben ze enkel nut als ze verkopen? Zijn er filosofen die mij daarop kunnen antwoorden?

    Zolang de dromers voor hun eigen illusies kiezen die niet verder rijken dan hun eigen omgeving, doen ze geen kwaad. Buiten dat het misschien niet te stroken is met kleinburgerlijke normen, omdat ze kiezen voor een eigen identiteit.

    Toch, misschien, heel misschien zijn die dromers echt wel nodig. Zijn zij niet net diegenen die de toekomst van nieuwe perspectieven voorzien, zij die strijd leveren, zonder te strijden?

    Ja, ze zijn nodig zeg ik je, in hun meest authentieke verschijning. Zij zetten pas echt dingen in beweging. Zolang ze met passie dromen, dat voor zichzelf toelaten en durven zijn.
    Lang leve de echte dromers.

  • I’m fine

    I’m fine

    The humiliated and trampled haunted my mind as I lay at the end of the stairs. After a hellish climb, I reached what looked like my grave. I wished they forced me into psychiatry and then flattened me, so I would know nothing more, a ‘Tabula Rasa’. Fucking nothing more. The Tao physically implanted so that I can also mentally be nothing and everything, so the furious rhythm will stop racing through my brain.

    ‘Let’s learn to enjoy the pain first, only then we will be happier!’ I don’t participate. Kiss them … once again my reflections see through me and leave me as an empty shell. Then there’s the boos, the shit, because, you don’t know, don’t want to feel anymore. ‘Cause it eats at you, the invisible, that which you lost somewhere along the way.

    The rawness of my guts were still swimming across the floor when she called, the lady from the market, the lady with whom souls clicked, my male-slash-female counterpart.

    Where the fuck were my glasses! Gone. Shit, probably lost along the way, when I banged my bike on a work stand of accumulated sand this morning. I smelled my breath for a moment, no, terrible, I can’t receive anyone like that. Glance in the mirror, my eyes dark and sunken away, like a mime whose make-up has come off during the rain.

    I stumbled downstairs.

    She stood there with a wide smile, which quickly subsided when she saw me.

    I told her: ‘Mmh, mmh come back tomorrow.’

    She nodded, said nothing more, and left. She probably smelt the reek of destruction from my mouth. She with whom I had been verbally intimate disappeared into the mist before my eyes. Intimate in thought. She didn’t come back.

    A failed gem escaped from my mind, I scribbled it up and then threw it away.

        I was so cracked up that I
        crawled on my knees 
        and begged
        - please, help me
        but there was no one
        who listened
        melancholia isn't sexy
        a voice said to me
    

    Alone and pitiful I nestled in a pool of muck, what I was already thinking, I became intense.

    ‘I’m a loser baby so why don’t you kill me?’ rattled Beck.

    Monotonous drivel. Stop. Damn Irish beer. Now, clean up, the venom I’ve had to bear and cast out this week.

    ‘All I wanna do is have some fun,’ moaned Sheryl Crow.

    Despite an extreme form of biological cleansing, I still felt bad.
    It’s apparently deeper than my stomach.

    End of love interest 3001.

  • Het gaat goed met me

    De vernederden en vertrapten spookten door mijn gedachten en ik lag aan het uiteinde van de trap. Na een helse beklimming bereikte ik wat leek op mijn graf. Ik wenste dat ze me platspoten zodat ik niets meer zou weten, een ‘Tabula Rasa’. Fucking niets meer. De Tao fysiek ingeplant, zodat ik ook mentaal “vide” kan zijn en alles stopt, wat in een hels ritme door mijn brein raast.

    Dan is er nog de drank, omdat, je het niet meer weet, niets meer wil voelen, niets meer wil weten. Omdat het aan je vreet, het onzichtbare, dat wat je ergens onderweg verloor.

    De rauwheid van mijn ingewanden zwommen nog over de vloer toen ze belde, de dame van de markt, de dame waarmee de zielen klikte, mijn mannelijke-slash-vrouwelijke wederhelft.

    Waar was mijn bril?! Weg. Shit, wellicht onderweg verloren toen ik deze ochtend met mijn fiets op een werkstand met opgehoopt zand knalde. Ik rook even naar mijn adem, vreselijk, zo kan ik niemand ontvangen. Blik in de spiegel, mijn ogen donker en weggezakt, als een mimespeler wiens schmink is uitgelopen tijdens de regen.

    Ik strompelde naar beneden.

    Ze stond er met een brede glimlach, die snel oploste toen ze mij zag.
    Ik zei haar ‘Mmh, mmh kom morgen nog maar eens terug.‘

    Ze knikte, zei niets meer en ging weg. Ze rook waarschijnlijk het verderf uit mijn bek. Zij met wie ik verbaal intiem was geweest verdween in de mist voor mijn ogen. Intiem in gedachten.

    Een mislukte kleinood ontsnapte uit mijn hoofd, ik krabbelde het op en smeet het daarna weg.

            Ik was zo gekraakt dat ik

            op m’n knieën kroop
            en smeekte

            neem me mee

            zelf ben ik te laf
    maar niemand

            luisterde, dat
    was mijn straf.

    Alleen en zielig nestelde ik me in een poel van drek, wat ik dacht, was ik nu intens.

    ‘I’m a loser baby so why don’t you kill me?ratelde Beck.

    Eentonig gezever. Stop. Vervloekt Iers bier, alweer ’n desillusie.
    Behangen en opkuisen moest ik, het venijn dat ik deze week droeg en heb uitgeworpen.

    ‘All I wanna do is have some fun,‘ kreunde nu Sheryl Crow.

    Ondanks een plots opkomende extreme vorm van biologisch reinigen, voelde ik me nog slecht.

    ’t Zit blijkbaar dieper dan m’n maag.

    Einde liefdeshistorie 3001.

  • Off the road

    To
    another job
    another province
    even another country
    or another person

    is not what I want
    when I haven’t neatly
    lost what I had to leave
    to be
    – different

    and then I move on
    to god-knows-where
    with god-knows-who
    in a godforsaken place
    because I have to be there

    the universe holds it in its arms
    everything that is nothing
    so that I can lose it
    and it weighs less
    – than I thought

    the way to the new
    the infinite, so you wish
    is not far away, it is within you
    and in everything you see, it’s there
    whether you’re gone or not

    so I’m going to cross this road
    as long as I have to
    without any garbage
    and a handful of
    so called

    – wisdom?

  • Wu Wei Woman

    Wu Wei Woman

    She sat there with eyes
    deep and bright
    in dark make-up

    to be with her
    is to get her attention
    while she’s hunting herself

    I dropped my fingers,
    what was the point of writing
    as she sat here before me


    she told me about Wu Wei
     – without knowing what it was
    how she kept her distance

    in order to move on
    to survive that dark night
    even though you wait

    an awfully long time
    for the train to come
    she smiled, she stood up

    and left me with a hunger
    I didn’t expect for a long time
     – something you once had and lost

    and everything, everything
    you longed and wished for
    is nothing, except… that.

    – Her mirror, lay open
    away was my Wu Wei –

    Frame out of Strangers on a Train
  • The empty one

    The empty one

    an empty bottle
    tried to catch some water

    you could see through the glass
    that it was completely dry

    nothing within
    everything gone

    in another bar
    someone thirsty like hell

    didn’t took an effort
    to refill again

    the empty bottle
    fell down and broke its neck

    time for a new one
    said the stranger

    while his kind of bottle
    felt like garbage

    and died silently
    in a big brown bag

  • Een korte ontmoeting

    Een korte ontmoeting

    Ik ben gisterenavond intiem geweest. Met een vrouw, niet seksueel, zelfs geen aanraking, enkel kruisten onze gedachten elkaar tot ze een synthese van genot vormden. Vreemd, maar echt. Ik verzin het niet. Ik kende haar nog van een cursus lang geleden, vandaag op de markt kwam ik haar tegen. We wandelden samen naar een cafeetje, daar zei ik haar op tien minuten tijd wat ik al tien jaar voor mijn beste vriend verborgen hield. Het was alsof ze haar ideeën van mij stal, alsof zij mij kende, nog voor ik haar kende. Zij beweerde mijn mannelijke wederhelft te zijn en ik zou haar verlossende vrouwelijke wederhelft zijn. Hier had ik nog niet over nagedacht. Een intens, intiem gesprek volgde. Ik verloor het uur en mezelf in de steeds meer bezwerende woorden van haar, of hem.

    Tegelijk overviel me een schuldgevoel dat me vanuit mijn verleden achtervolgde, zij wilde me helen terwijl ik me voelde zweven in de geur van liters bier, ik voelde me goed en slecht tegelijk.

    Vroeg in de ochtend namen we afscheid en besloten elkaar weer te zien over twee dagen, ze zou ’s ochtends komen, want ze wilde me interviewen, voor één of andere cursus, over de emancipatie van de man. Ik voelde me vereert, maar niet geëmancipeerd, ik was dat stadium al lang voorbij.

    Ik wilde meer.

    Wist ik veel dat dit het verhaal van mijn jonge leven zou worden.

    Foto: Nikita Belokhonov
  • Brief encounter

    I was intimate last night. With a woman, not sexually, not even touchingly, just our thoughts crossed until they formed a synergy of pleasure. Strange, but real. I’m not making it up.

    I knew her from a course a while ago. Today at the market I met her. We walked together to a café, there in ten minutes I told her what I had hidden from my best friend for ten years. It was as if she stole her ideas from me, as if she knew me even before I knew her. She claimed to be my male counterpart and I would be her redeeming female counterpart. I had never thought about this before, but yeah, why not, she looked great. An intense, intimate conversation followed. I lost the hour and myself in the increasingly seductive words of her, or him.

    At the same time, a guilt that haunted me from my past overwhelmed me, she wanted to heal me, while I felt myself floating in the smell of gallons of beer. I felt good and bad at the same time. Then, she had to go.

    We said goodbye and decided to see each other again in two days. She would come in the early morning, because she wanted to interview me for some course, on male emancipation. I felt honoured, but not emancipated. I was long past that stage.

    I wanted more.

  • Bloody Theatre

    Meanwhile, the theatre course had thinned out quite a bit, a real slimming down. And as it went on now, it would become an AA – club. The debriefings at the café lasted longer than the rehearsal moments. There were only eight of us (out of 16) until things got out of hand.

    The two young actors, Robin and Tom – companions of our theatre souls – took a samurai blade and cut our team’s heads off in pure disappointment. Screaming was out of the question. I barely managed to escape by pretending mine was already chopped off, as I have always been talented at those things. Like possessed, the two desperate men ran outside.

    Quickly, I crawled up and called the police. I still tried to resuscitate the rest of the trainees, but I couldn’t remember which heads belonged together, so I probably made the wrong combinations and it was no use. I then fled, because in that too I’ve always been talented. The city was in turmoil, I heard gunshots, and the whoosh of slaying, everything slowed down before my eyes. I saw the shop windows decorated with lights, it was almost Christmas, it was coloured red, blood and dismembered body parts clinging like garlands to the window panes, the city had gone mad. Everyone was hitting everyone.

    Pens, books, clothes pegs, condoms filled with sulphuric acid, they used everything to hurt each other. Despite this, they were friendly to each other, they didn’t shout mean things or anything, they just let each other torture, until the police came. They convinced them to go after the ones who started this. So, the whole mob went after our actors. By now they were sitting on a terrace drinking a glass of beer from where they watched the spectacle, until, the people approached them.

    ‘Let’s pretend we’re a fruit basket, then they won’t see us, ‘ Robin said. Tom nodded, but realised he was not a fruit lover and knew this was going to be difficult.

    This cunning disguise just didn’t work, as one individual from the herd had noticed how a worm crawled out of the fruit dish and since the fruit is always fresh in this town, they knew it was fake fruit. Moments later, the rotten fruit dangled above the river.

    Back to the scene. Tom and Robin shot now into laughter.

    We came to the conclusion that we didn’t know what to do that night. Everything had gone haywire anyway. So many people had dropped out that we started to throw out the lyrics that would normally play the absentees. Maybe we should write something ourselves.

    The play was now called ‘Suffering’ and involved some scenes around a wedding party. We scrounged together on the floor, along with a container of beer and two bottles of wine, which we had still found in the building’s basement. In the rehearsal room, or what had to pass for it, there was also a music system. We were trying out how much volume it could carry. We would make it our own party.

    A few pints later, I was reciting poems, others were rattling off their lyrics. We intervened with our sentences, picking up the other’s role, playing off each other and improvising our way. This is how theatre was made.

    An hour later, we were lying, crawling, jumping on the floor and letting ourselves be moved by the waves of music all around. For the first time, we saw each other naked, and all mutual tensions and prejudices slipped away. In the basement, we found some ketchup bottles and started spraying the red stuff on each other’s bodies. As if we were wounded bodies.

    Eventually, the party stopped. By the few visitors to this theatrical spectacle, a police duo who watched this playful circus. But, the ketchup ritual had become too much for them, they switched off the music system and wished us a good night.

  • Bloederig Theater

    Bloederig Theater

    De theatercursus was ondertussen al heel wat uitgedund, een heuse vermageringskuur. En zoals het nu doorging, zou het een AA – clubje worden. De nabesprekingen op café duurden langer dan de oefenmomenten. We waren nog maar met z’n achten (van de zestien), tot het uit de hand liep.

    De twee jonge acteurs, Robin en Tom – begeleiders van onze theaterzielen – schoten van teleurstelling de rest hun hoofden eraf. Gillen kon niet meer. Ik wist nog net te ontsnappen door te doen alsof het mijne er al af was, want ik heb steeds talent gehad in die dingen. Als bezeten renden de twee wanhopigen naar buiten.

    Snel kroop ik recht en belde de politie. Ik probeerde de rest van de cursisten nog te reanimeren, maar ik wist niet meer welke hoofden bij elkaar hoorden zodat ik waarschijnlijk de verkeerde combinaties maakte en het geen baat meer had. Ik vluchtte dan weg, want ook daarin heb ik steeds talent gehad. De stad was in rep en roer, ik hoorde nog schoten, alles vertraagde voor mijn ogen, ik zag de met licht versierde etalages, het was bijna kerstmis, het kleurde rood, bloed en opengereten lichaamsdelen als slingers tegen de vensterramen klevend, de stad was gek geworden. Iedereen raakte iedereen.

    Stylo’s, boeken, wasknijpers, condooms gevuld met zwavelzuur, alles gebruikte men om elkaar te kunnen pijnigen. Ondanks dat waren ze vriendelijk tegen elkaar, men schreeuwde niet of zo, men liet elkaar martelen, totdat de politie kwam. Zij zetten enkele tv’s op straat, verkondigden net als de sofisten hun leer: dat ze niet elkaar moesten slaan, enkel diegenen die aan de oorsprong lagen van het bloedbad.

    Samen hand in hand de daders opknopen zou veel meer bevredigend zijn dan elkaar schade te berokkenen om zo die andere pijntjes te vergeten. Dus ging de hele meute achter onze acteurs aan. Hun munitie was ondertussen leeg en ze zaten op een terrasje een glaasje bier te drinken van waaruit ze het schouwspel volgden. Plots kwam het volk naar hen toe.

    ‘Laten we doen alsof we een fruitmand zijn, dan zien ze ons niet, ‘ zei Robin. Tom knikte, maar besefte dat hij geen fruitliefhebber was en wist dat dit moeilijk zou worden.

    Deze listige vermomming werkte net niet, één individu van de kudde had namelijk opgemerkt hoe er een worm kroop uit de fruitschotel en aangezien het fruit steeds vers is in dit stadje wist men dat het vals fruit was. Even later bengelde het rotte fruit boven de Dijle.

    Tom en Robin schoten in de lach, we lachten maar wat mee.

    We kwamen tot de conclusie dat we niet wisten wat te doen die avond. Alles was toch al in het honderd gelopen. Er was zoveel volk afgevallen dat we begonnen met wat teksten weg te gooien, die normaal de afwezigen zouden spelen. Misschien moesten we zelf maar iets schrijven.

    Het propje dat overbleef met aangevulde eigen brouwsels was wat ons te wachten stond. Het hete ‘Leed’ en hield enkele taferelen in rond een huwelijksfeest. We scharrelden ons bijeen op de vloer samen met een bak bier en twee flessen wijn, die we nog in het open gekraakte keldertje van het gebouw hadden gevonden. In de repetitiezaal, of wat ervoor moest doorgaan, stond ook nog een muziekinstallatie. We probeerden uit hoeveel volume het kon dragen. We zouden er ons eigen feestje van maken.

    Een paar pinten later zat ik gedichten voor te dragen, anderen zaten hun teksten af te ratelen. We kwamen er met onze zinnen tussen, pikte de rol van de ander in, speelden op elkaar in, improviseerden en lalden erop los. Hier werd theater gemaakt.

    Een uurtje later lagen, kropen, sprongen we op de vloer en lieten we ons bewegen door de muziekgolven rondom. Voor het eerst zagen we elkaar in een naakte toestand en alle onderlinge spanningen en vooroordelen gleden weg. In de kelder vonden we nog ketchupflessen en we begonnen met het rode goedje op elkaars lijf te spuiten. Alsof we gewonde lichamen waren lieten we ons vallen, telkens als iemand een ander geraakt had. Waarna we tegen elkaar kropen, langs en op elkaar, op één hoop. Tot ik het potentieel van dit gebeuren zag en me naar beneden wrong met een van de discipelen en we zo een puntzak vormden waarvan degene die boven lagen hun armen moesten uitsteken als waren we frieten die opgeslokt wilden worden. Neem en eet, dit is ons lichaam, dat voor jullie prijsgegeven wordt.

    Uiteindelijk werd het feest stopgezet. Door de enkele bezoekers van dit theatrale spektakel, een politieduo die het speelse genot met veel plezier aanschouwden. Het frietzakritueel was hen teveel geworden, ze schakelden de muziekinstallatie uit en wensten ons een goede nacht.

    Foto: Tima Miroshnichenko (Pexels)

Blog op WordPress.com.

Omhoog ↑